Stefano Delea
Deel dit artikel

De toekomst van de bouw en AI: hoe bereid je je daarop voor?

Kunstmatige intelligentie, of artificial intelligence (AI), gaat onze levens veranderen. In veel sectoren is die invloed ook al te zien. Maar hoe zit dat in de bouw, en: wat is de impact van deze modellen op het werk van de adviseurs in de bouw? Op 13 november hebben we in ons nieuwe kantoor in Utrecht keynotespreker Mark Moerman (digital construction AI) uitgenodigd om ons bij te praten.

Bestaat mijn werk over vijf jaar nog wel? Moerman start zijn verhaal met geruststellende woorden. AI is niet iets van de laatste jaren, vertelt hij. Sterker nog, het ontstond al in 1956, toen computerwetenschapper John McCarthy de term bedacht tijdens het Dartmouth Summer Research Project on AI. Er werd toen al nagedacht over hoe machines via mensentaal problemen konden oplossen en hoe ze – door lerend vermogen – steeds ‘slimmer’ konden worden. Dat is 69 jaar geleden. Pas sinds een paar jaar krijgt AI echt wat meer betekenis in onze dagelijkse levens, onder andere door de lancering van tools als ChatGPT, Claude, Perplexity en Copilot. Moermans boodschap: zo’n vaart zal het niet lopen.

AI als collega in plaats van concurrent
Natuurlijk is er ook een maar. Het is namelijk wél raadzaam om nu al serieus te onderzoeken hoe je AI slim kunt inzetten voor je dagelijkse praktijk. Moerman maakt een vergelijking tussen een bouwadviseur en een AI-model, zie de presentatie Adviseur, een uitstervend beroep? AI in de bouw. En wat blijkt? Ze vullen elkaar mooi aan. Zo heeft de ervaren bouwadviseur gespecialiseerde kennis, bijvoorbeeld over complexe ontwerpopgaven of ingewikkelde budgetten. Het AI-model is dan weer in staat om grote hoeveelheden data snel te analyseren en om te zetten in een gericht advies. Een bouwadviseur is betrouwbaar, terwijl een AI-model juist makkelijk schaalbaar is. Gebruik het beste van twee werelden, en je hebt goud in handen. En andersom: doe je hier als bedrijf niets mee, dan is de kans groot dat concurrenten je op een bepaald moment links én rechts inhalen.

Moerman illustreert zijn verhaal met een concrete casus. In een AI-tool zet hij drie bouwadviseurs klaar, zgn ‘agents’: Eline, Joost en Bert. Ieder met hun eigen kwaliteiten en eigenaardigheden. Bert moet de ervaren adviseur met dertig jaar ervaring voorstellen, die lichtelijk wars is van alles wat met computers te maken heeft. Eline is een typische young professional, pas afgestudeerd aan een technische universiteit. En Joost is een adviseur die werkt bij Stevens Van Dijck. Drie adviseurs, allemaal even kunstmatig, want Moerman riep ze in het leven via prompts – opdrachten die je in een AI-tool stopt.

De vraag aan Eline, Joost en Bert? Maak een analyse van het standaard programma van eisen van Stevens Van Dijck: benoem wat sterk is én kom met zaken waar jij ruimte ziet voor verbetering.

Het is een kunstje dat volgens Moerman, met een beetje oefening, nog geen kwartier duurt. En het levert verrassende inzichten op. Zo suggereert Bert om het programma van eisen flink in te korten en een checklist toe te voegen, zodat de af te vinken stappen overzichtelijk op een rij staan. Eline geeft aan dat het programma van eisen een grondige update kan gebruiken, bijvoorbeeld door digitalisering, duurzaamheid en pandemiebestendigheid toe te voegen. Ook AI-adviseur Joost is het daarmee eens, al wijst hij meer op actualisatie van de wet- en regelgeving in het document. Hij doet daar zelfs al suggesties voor. Suggesties die je overigens goed moet checken bij de wetgever zélf, benadrukt Moerman, want voor dit soort kritische informatie kun je nog niet vertrouwen op alleen AI.

Blik op de toekomst: een zelfstandig team AI-adviseurs
Wat leren we van dit voorbeeld? Werken met AI is tricky, want selectief. Toch kan het je op ideeën brengen, inspiratie bieden. En je kunt spelen met de input die je voedt aan AI. Want wat als je dit programma van eisen nu eens laat beoordelen door een (kunstmatige) SMART-expert, een ecoloog of een system engineer? Het brengt je hoe dan ook op boeiende, nieuwe inzichten.

Dit, zegt Moerman, is waar we nú staan. Is het disruptief? Ergens wel. Maar de realiteit waar hij hardop van droomt, ziet er nog iets anders uit. Het liefst bouwt hij een team van AI-adviseurs zoals Eline, Bert, Joost en nog meer collega’s die zelfstandig – dus zónder tussenkomst van de menselijke adviseur – met elkaar samenwerken aan een project. Spannend? Zeker. Verandert daardoor het werk van de menselijk adviseur? Onherroepelijk.

En gaat dat dan niet helemaal mis? Niet als je dit als mens goed inricht. Bijvoorbeeld door in een prompt aan te geven dat het AI-team twijfels moeten kwantificeren en checken bij de menselijke bouwadviseur. De bouwadviseur blijft dus bestaan, maar in een significant andere rol.

Het is niet makkelijk om daar als organisatie te komen, waarschuwt Moerman. Al was het maar omdat de datastructuur in veel bedrijven van onvoldoende kwaliteit is. Daar is dus eerst werk aan de winkel. Verder is een goede IT-infrastructuur nodig. Moet je prompt engineering als een serieus en onmisbaar onderdeel van de organisatie behandelen. Is ruimte voor experimenten met AI nodig, waarbij het ook mag mislukken. En tot slot: ga je met elkaar modellen trainen. Dát is wat je straks onderscheidend maakt. Begin er nu mee, want anders is de afstand tot concurrenten straks onoverbrugbaar groot.

AI in de bouw: het andere perspectief

Stevens Van Dijck adviseur Stefano Delea toont de andere kant van zijn dagelijkse werk, en hoe belangrijk de menselijk blik daarin blijft.

“Met de architect liep ik over het terrein van een nieuw, modern klooster waarvan de bouw net gestart was. Er stond een pas gemetseld muur, en de architect keek er aandachtig naar. ‘Dit klopt niet’, mompelde hij, waarop hij een kwast met specie pakte en er zo – kledder, kledder, kledder –vegen op zette. Je begrijpt: het zweet brak mij uit. Alle ontwerpprocessen netjes doorlopen, geverifieerd, vastgesteld etc. Maar toen de opdrachtgever langskwam, was die dolenthousiast. Dit was precies de ingreep die miste. Zo zie je maar: naast rationaliteit, is het gevoel, de ogen, het brein en de creativiteit van een mens onmisbaar voor ons mooie werk.” En is dat nu juist wat ons werk zo mooi maakt. Mensenwerk en ja, met steeds meer AI ondersteuning.

 Meer zien? Computerwetenschapper Felienne Hermans gaf hier onlangs in Buitenhof een mooi, menselijk perspectief op.

Deel dit artikel

Andere actualiteiten